Biologische melkveehouderij niveau 3/4

Lees het volgende artikel.

 

Biologisch is heel gewoon

Het valt op dat veel mensen nog altijd niet precies weten wat biologisch nu precies inhoud. Sommigen denken er van alles bij of verwachten iets aparts. Nee dus. Het gaat gewoon om broccoli, kip, oregano, thee, bananen etc… Biologische producten zijn op zich niet anders, alleen de wijze van groeien, telen, kweken, bestrijden en produceren zijn anders.

 

Belangrijk in het productieproces is dat er zo veel mogelijk met natuurlijk materialen en op natuurlijk wijze wordt gewerkt. Eigenlijk zoals men dat vroeger gewoon was alleen dan wel weer vaak met moderne productiemiddelen.

 

Het volledige artikel is te lezen op de website AGF.nl.

 

1. Opdracht: Historie van biologische melkveehouderij.

De nadruk van de Nederlandse land- en tuinbouwsectoren lag jarenlang op het steeds meer en in grotere volumes produceren van voedsel. Bekijk het dossier over Biologische Landbouw op de site van AgriHolland en beantwoord daarna de volgende vragen.

Wat zijn de grootste redenen geweest dat de nadruk is komen te liggen op het produceren van steeds grotere hoeveelheden voedsel?
Hoe konden de boeren en tuinders de steeds hogere producties realiseren?
Wat is het grote nadeel van het op deze manier produceren?
Wat was het uitgangspunt voor de biologische boeren?
Waarom is de term ‘Organic Food’ bedacht?

 

Binnen de biologische landbouw wordt onderscheid gemaakt tussen biologisch-dynamische (BD) en ecologische landbouw. De biologisch-dynamische landbouw is ontstaan rond 1924, tezamen met de opkomst van kunstmest.

Wie heeft ervoor gezorgd dat de biologisch-dynamische landbouw is ontstaan?
In welke jaren is de Ecologische landbouw ontstaan?
Hoe is de Ecologische landbouw ontstaan?

 

 

 

2. Opdracht: Waarom biologisch boeren?

In 2010 produceerden ruim 300 melkveehouders in Nederland melk op biologische wijze. De hoeveelheid biologische melk was in 2010 gestegen tot 135 miljoen liter. Deze melk wordt door Nederlandse zuivelbedrijven verwerkt tot melk- en melkproducten, boter en kaas.

 

Zoek op internet 3 bedrijven die op biologische wijze melk produceren. Noteer de naam van het bedrijf en welke argumenten zij op hun site geven om biologisch te produceren.

Geef zelf nog één andere reden aan om biologisch te gaan produceren.

Is er door een van de bedrijven ook een reden aangegeven waar je het niet of niet helemaal mee eens bent? Welke reden is dat en waarom ben je het daar niet (helemaal) mee eens?

 

De huidige biologische producenten zijn koplopers of pioniers. Voor veel van hen zijn het milieu en ideële redenen belangrijk om om te schakelen naar biologische landbouw. Als de markt zich verder ontwikkelt en er meer vraag komt naar biologische producten zullen meer veehouders overschakelen.

 

Bedenk welke informatie een veehouder zal gebruiken om te beslissen of hij/zij gaat omschakelen naar biologische productie. Beschrijf deze beslisinformatie en geef aan welke gevolgen elke afzonderlijke beslissing heeft voor de bedrijfsvoering.

 

Naast biologische boerenbedrijven zijn er ook bedrijven die biologisch-dynamisch werken.

 

Wat is het verschil tussen biologisch en biologisch-dynamisch produceren?

 

 

 

 

3. Opdracht: Duurzame zuivelketen

Melkveehouders en zuivelindustrie zetten zich voor een duurzame zuivelproductie met het project de Duurzame Zuivelketen. Dit is een initiatief van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) en de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO). De duurzame doelen hebben betrekking op klimaat en energie, diergezondheid en dierenwelzijn en biodiversiteit en milieu.

 

Bekijk de film over het project. Klik op de afbeelding om de film te openen.

 

Leg in je eigen woorden uit wat er met duurzaam wordt bedoeld.
Bekijk de volgende website en geef aan wat de specifieke doelen zijn van het project de Duurzame Zuivelketen tot het jaar 2023.
Uit hoeveel stappen bestaat de uitvoeringsstrategie van de Duurzame Zuivelketen? Benoem de stappen.
In het filmpje kon je horen dat het project mede is opgestart om op de lange termijn draagvlak te krijgen in markt en maatschappij. Leg uit wat hiermee wordt bedoeld.
Maak op je antwoordvel een schema met daarop een zuivelketen van koe tot consument. Welke bedrijven en instellingen in de keten kun je benoemen?

 

 

4. Opdracht: SKAL

Bekijk de volgende website van de organisatie SKAL.

 

Wat voor organisatie is SKAL?

Bekijk de volgende film op de website van SKAL. Je ziet een film van een bedrijfscontrole bij een kaasfabriek. Geef aan wat er tijdens een controle wordt gecontroleerd.

 
Bekijk de film en de website van de SKAL. Welke bedrijven worden gecontroleerd door de SKAL?
Wanneer worden de weidepercelen van een biologische akkerbouwer als biologische percelen aangeduid?

 

 

5. Opdracht: Wie doet wat in de wereld van de biologische voeding?

Rondom de biologische voedingssector zijn een groot aantal organisaties actief. Er zijn:

Het is belangrijk dat je snapt hoe de sector in elkaar steekt. Dan kun je later met vragen bij de juiste partij aankloppen.
Klik op de logo's van onderstaande organisaties en bekijk de websites.

 

 

 

Schrijf van de organisaties op wat hun functie is voor de Biologische sector.

 

 

 

6. Opdracht: Dierenwelzijn

Het vee in de biologische dierhouderij wordt niet in de eerste plaats gezien als productiemiddel, maar als een deel van het ecologisch systeem, met zijn eigen intrinsieke waarde. Dieren moeten hun soortspecifieke gedrag kunnen vertonen en niet worden ingepast in een bedrijfsproces dat gericht is op maximale productie.

 

Welke maatregelen mogen niet worden uitgevoerd in de biologische veehouderij, terwijl het wel mag in de reguliere veehouderij?

 

Bekijk het volgende krantenartikel. Hier worden een aantal maatregelen genoemd om het dierenwelzijn in een stal te verhogen.

 

Wat vind je van de genomen maatregelen in het artikel? Leg uit waarom je dat vindt.
Ken je zelf nog andere voorbeelden van maatregelen die het dierenwelzijn verbeteren?

 

Bekijk het rapport 'Waardering van de duurzaamheidsprestaties van de biologische landbouw' van het Landbouweconomisch Instituut (LEI). Op pagina 10 zie je dat de biologische melkveehouderij de waardering van de consument krijgt voor het betere welzijn van de dieren. De consument waardeert dit voor ruim 30 miljoen euro.

 

Leg in je eigen woorden uit wat dit betekent.

 

Bekijk nu het kopje 'dierenwelzijn melkveehouderij' in het dossier Biologische landbouw van AgriHolland.

 

Schrijf op je antwoordvel de waardes van de volgende verschillen op. Geef een uitleg daarbij waarom de verschillen zo zijn.
 
  • Veebezetting per bedrijf
  • Aantal productieve dagen per koe
  • De tussenkalftijd van de koeien
  • Gemiddelde leeftijd van de koeien
  • Melkproductie

 

 

 

 

7. Opdracht: Omschakelen naar biologisch

Bekijk de website bionext.nl.

 

Stel je bent melkveehouder en je wilt omschakelen naar een biologisch bedrijf. Maak een omschakelingsplan in groepen van 2 à 3 personen. Onderdelen van het plan zijn:
 
  • Maak een plan van aanpak
  • Aan welke regelgeving moet je voldoen?
  • Welke organisaties zou je willen inschakelen voor hulp
  • Hoe wil je de producten gaan vermarkten, wie worden je afnemers?
  • Financiën; hoe zorg je ervoor dat je plan betaald wordt (denk aan eventuele subsidies of andere inkomensmogelijkheden, informatie daarover is te vinden in het dossier)
  • Wat is de meerwaarde voor je bedrijf?
  • Voer de Quick-scan BIO uit voor je eigen (stage)bedrijf.
Presenteer het plan aan je studiegenoten.

 

 

 

 

8. Opdracht: Test je kennis

 

Weet je genoeg van de biologische veehouderij? Klik in het linkermenu op Webquiz en test jezelf. Als je antwoorden fout zijn, klik dan op Tip en zoek op de website tot je het goede antwoord hebt.

 

 

9. Opdracht: Wat heb je geleerd?

Welke kennis en vaardigheden heb je geleerd in bovenstaande opdrachten? Kruis aan en vul verder aan op je antwoordvel:

0 informatie zoeken op internet

0 rapporteren en presenteren

0 samenwerken

0 kritisch lezen

0 ....................................................

0 ....................................................